Kernboodschappen voor klinische microbiologen

informatiemateriaal kernboodschappen toolkitmateriaal

Taken

1.    Uw taken in verband met het verbeteren van antibioticagebruik zijn onder meer [31,98-100] [consensus onder deskundigen]:
a)    deelnemen aan het antibioticabeheerteam als kernlid van het team;
b)    samenwerken met de infectieziektespecialist en de ziekenhuisapotheker om het antibioticabeheerprogramma uit te voeren;
c)    ondersteunen van evidence-based ziekenhuisantibioticarichtlijnen voor vaak voorkomende infecties en voor operatieve profylaxe; 
d)    tijdige identificatie en melding van micro-organismen (bijv. in bloedkweken) en tests op antimicrobiële gevoeligheid;
e)    onmiddellijk doorgeven van cruciale uitslagen aan de behandelend arts;
f)    zodanig gegevens aanleveren dat verstandig antibioticagebruik wordt ondersteund, bijvoorbeeld door selectieve rapportage aan artsen van een beperkt aantal resultaten van tests op antimicrobiële gevoeligheid;
g)    richtlijnen geven voor juiste monstername, opleggen van afwijzingscriteria voor monsters die onjuist zijn ingediend en instellen van procedures om de opwerking van verontreinigingen te beperken (bijv. bloedkweken);
h)    richting geven aan empirische antibioticatherapie door ziekenhuis- en afdelingsspecifieke (bijv. intensivecareafdeling of de spoedeisende hulp) cumulatieve gegevens over antimicrobiële gevoeligheid te verstrekken;
i)    identificeren van cruciale trends in antibioticaresistentie in het ziekenhuis en onmiddellijk doorgeven van waarnemingen aan het antibioticabeheerteam en het infectiebestrijdingsteam;
j)    beheren van het antibioticaformularium van uw ziekenhuis (d.w.z. lijst van geneesmiddelen die voor voorschrijvers voorhanden zijn).

Wat kunt u doen of op welk gebied kunt u samenwerken?

2.    Geef richtlijnen voor monstername, -bewaring en -transport [98,99].

3.    Zorg ervoor dat laboratoriumtests en rapportage over antimicrobiële gevoeligheid de behandelingsrichtlijnen (met inbegrip van selectieve rapportage) volgen en voeg zo nodig relevante opmerkingen met betrekking tot interpretatie toe [31].

4.    Zorg ervoor dat resultaten van identificatie en tests op antimicrobiële gevoeligheid aan voorschrijvers, verpleegkundigen en het antibioticabeheerteam worden doorgegeven, met name in geval van cruciale uitslagen (bijv. bloedkweken) [98-100].

5.    Zorg ervoor dat tests en rapportage van microbiologische resultaten Europese en nationale normen (d.w.z. Europees Comité voor tests op antimicrobiële resistentie - EUCAST) volgen [31].

6.    Verstrek gegevens over antibioticaresistentie per ziekenhuis en per afdeling en geef trends door aan het antibioticabeheerteam en het infectiepreventie- en -bestrijdingsteam [101].

7.    School ziekenhuisvoorschrijvers regelmatig bij over antibioticaresistentie en over het gebruik van snelle en ‘point-of-care’ diagnostische tests [31,53].