Mohammed

verhalen van patiënten

Mjn naam is Mohammed en ik ben 37 jaar oud. Ik ben opgegroeid in het Verenigd Koninkrijk maar ik woon al 10 jaar in Cairo, waar ik een software-ontwikkelingsbedrijf heb. Ik heb veel familie in Egypte, dus voor mij was het leuk om in Egypte te wonen en naar Engeland heen en weer te reizen.

In april 2011 kreeg ik acute myeloïde leukemie, een soort kanker waarbij het lichaam te veel witte bloedlichaampjes aanmaakt en het immuunsysteem niet meer goed werkt. Ik begon vrijwel direct met de behandeling. Leukemie zelf doet niet echt pijn, je voelt je wel ziek en moe, maar als je immuunsysteem niet goed werkt, ben je meer vatbaar voor infecties. Die maken je ziek en kunnen erg gevaarlijk worden.

Tijdens mijn tweede chemokuur in het ziekenhuis kreeg ik hoge koorts die de artsen probeerden te bestrijden met de gebruikelijke antibiotica. Drie dagen lang had ik onbehandelbare koortspieken die gevaarlijk opliepen tot wel 40°C. De artsen realiseerden zich dat er iets niet klopte met mijn infectie en uiteindelijk slaagden ze erin om de koorts te bedwingen met een specifieke combinatie van hooggedoseerde antibiotica. Het was beslist angstaanjagend om niet te weten wat de aard van de infectie was; ik had leukemie, maar niemand begreep wat de oorzaak van de koorts was.

Bij nader onderzoek bleek dat ik een infectie had met de bacterie Escherichia coli (E. coli) die doorgaans in de darm leeft. Mijn artsen wisten niet waarom ik een bijzonder resistent type E. coli had. Niemand weet zeker waar ik die resistente bacterie heb opgedaan of hoe lang die al sluimerend in mijn darm aanwezig was. De artsen dachten dat ik hem waarschijnlijk heb opgelopen tijdens mijn verblijf in Egypte, omdat daar een vergelijkbaar resistent type voorkomt. De chemotherapie had mijn immuunsysteem verzwakt, waardoor de infectie vat op mij kreeg.

Toen de artsen de infectiebron gevonden hadden, werd ik direct geïsoleerd. En nog steeds, als ik naar het ziekenhuis ga voor chemotherapie, mag ik weken lang mijn kamer niet verlaten en geen contact hebben met andere patiënten. De artsen en verpleegkundigen passen strikte voorzorgsmaatregelen toe en ik heb speciale verzorgers om te voorkomen dat de infectie zich verspreidt. Tijdens mijn derde chemokuur kreeg ik weer koorts. Deze keer wisten de artsen hoe ze me moesten behandelen en de infectie werd direct op de goede manier aangepakt. Al die controles stellen me gerust, maar het verblijf in een isolatiekamer is niet leuk.

Het vervelendste is, dat ik weet dat ik deze bacterie mijn leven lang mee kan blijven dragen. Op dit moment is het onder controle en de artsen hebben me echt goed behandeld, maar zelfs na genezing van de leukemie blijft de mogelijkheid van een reactivering van de infectie een bedreiging. Ik had nooit gedacht dat infecties levensbedreigend konden zijn en hoe snel ze gevaarlijk kunnen worden. Wij hebben geluk met onze fantastische gezondheidszorg, maar we moeten ons bewust zijn van de risico’s en direct naar de arts gaan als we denken dat er iets aan de hand is.

Commentaar: casuïstiek

De E. coli die geïsoleerd werd uit het bloed van Mohammed, heeft een resistentiemechanisme dat het enzym carbapenemase produceert. Bij de E. coli van Mohammed ging het om het enzym carbapenemase OXA-48, dat vaak wordt aangetroffen bij bacteriën uit het Middellandse Zeegebied, maar ook in de rest van Europa en de hele wereld. Dit enzym, OXA-48, maakt bacteriën zeer resistent tegen vele antibiotica, met inbegrip van een klasse van laatstelijns antibiotica, de carbapenems.

Mohammeds artsen waren in staat hem met succes te behandelen met de juiste antibiotica, omdat zij op tijd kweken hadden afgenomen en laboratoriumonderzoek gedaan hadden om na te gaan welke antibiotica effectief waren tegen deze bacteriën. Mohammed kan deze bacterie echter nog heel lang met zich meedragen en deze kan in de toekomst opnieuw een infectie veroorzaken. Hij zal antibiotica moeten gebruiken om infecties tijdens de chemotherapie te voorkomen. Omdat OXA-48 de E. coli  resistent maakt tegen zoveel antibiotica, wordt dit een groot probleem omdat er maar weinig antibiotica overblijven om hem te behandelen.

Als antibiotica niet op de juiste wijze gebruikt worden, als zij gebruikt worden als het niet nodig is, te lang of te kort of in de verkeerde dosering gegeven worden, kan dat leiden tot het ontstaan en de verspreiding van bacteriën die resistent zijn tegen antibiotic.

Het is van het allergrootste belang verstandig om te gaan met antibiotica en bij infecties zo snel mogelijk het juiste antibioticum te kiezen. Uitstel van die keuze, vooral bij ernstig zieke patiënten als Mohammed, leidt tot meer ziekte- en sterfgevallen.

Dit is belangrijk voor iedereen, omdat resistente bacteriën niet alleen in ziekenhuizen voorkomen, maar ook daarbuiten in de samenleving. Vooral patiënten met een verzwakt immuunsysteem wegens transplantatie van beenmerg of andere organen, lopen een groot risico, omdat zij vatbaarder zijn voor infecties.