Kernboodschappen voor de spoedeisende hulp [artsen en managers]

1.    U neemt een belangrijke positie in waarin u antibioticavoorschrijving kunt verbeteren bij zowel gehospitaliseerde als ambulante patiënten omdat uw faciliteit zich op het grensvlak tussen het ziekenhuis en de gemeenschap bevindt [77].

2.    Antibioticabehandelingen die op uw afdeling zijn gestart zijn sterk van invloed op de therapie die in het ziekenhuis en de gemeenschap wordt voortgezet [77].

Taken

3.    Klinische taken in verband met het verbeteren van antibioticagebruik zijn onder meer [102] [consensus onder deskundigen]:
a)    volgen van lokale evidence-based antibioticarichtlijnen voor vaak voorkomende infecties; 
b)    beslissen over de eerste antibioticadosis voor gehospitaliseerde patiënten;
c)    nemen van relevante kweken vóór aanvang van antibioticatherapie, waardoor de antibioticatherapie tijdens de ziekenhuisopname kan worden aangepast of gestopt;
d)    doorgeven van alle relevante achtergrondinformatie en behandelingsbeslissingen over de patiënt aan vervolgbehandelaars binnen en buiten het ziekenhuis;
e)    op de hoogte stellen van patiënten (en hun families) over de indicatie voor een antibioticavoorschrift, mogelijke bijwerkingen en het juiste gebruik.

4.    Afdelingstaken zijn onder meer [77] [consensus onder deskundigen]:
a)    ter beschikking stellen van evidence-based ziekenhuisantibioticarichtlijnen en klinische paden voor het vaststellen, behandelen en beheersen van de meest voorkomende infecties die zich op uw afdeling voordoen (d.w.z. luchtweginfecties, infecties van de huid en weke delen, urineweginfecties en sepsis). Dit moet onder meer bestaan uit de indicatie, geneesmiddelkeuze, dosis, toedieningsweg en duur van de behandeling;
b)    ervoor zorgen dat richtlijnen lokale microbiologische en antibioticaresistentiepatronen bevatten en betrekking hebben op het bestaande ziekenhuisformularium.
c)    versterken van real-time follow-up en interpretatie van microbiologische kweekgegevens door met het microbiologische laboratorium te coördineren dat uitslagen efficiënt met voorschrijvers worden uitgewisseld.
d)    voorlichten van personeel over infectieziekten en verstandig gebruik van antibiotica.

Wat kunt u doen?

5.    Volg antibioticabehandelingsprotocollen, gebaseerd op evidence-based richtlijnen (bijv. voor sepsis [74], urineweginfecties [103], infecties van de huid en de weke delen [104]), en pas de infectiepreventie- en -bestrijdingsmaatregelen toe die in uw omgeving zijn ingesteld [31] [consensus onder deskundigen].

6.    Neem een grondige anamnese af als u een antibioticum voorschrijft, waaronder recent antibioticagebruik, geneesmiddelenallergieën, gebruik van immunosuppressiva en risicofactoren voor antibioticaresistentie (bijv. recente ziekenhuisopname, recente ingreep of recente reizen buiten Europa) [31].

7.    Blijf op de hoogte van lokale antibioticaresistentiepatronen in de gemeenschap, het ziekenhuis en op de afdeling [31] [consensus onder deskundigen].

8.    Start alleen behandeling met antibiotica als er bewijs is voor een bacteriële infectie en behandel geen kolonisatie [31,72].

9.    Vermijd onnodige antibioticaprofylaxe [31,73].

10.    Begin voor patiënten met een ernstige infectie zo snel mogelijk met effectieve antibioticabehandeling [31,74].

11.    Zorg ervoor dat kweken worden genomen alvorens met antibiotica te starten [31,42,70,71].

12.    Documenteer de indicatie van de antibioticabehandeling, geneesmiddelkeuze, dosis, toedieningsweg en duur van de behandeling in het patiëntendossier [31,42,70,71].

13.    Bij twijfel voordat u een antibioticum voorschrijft, moet u [25,26,53,70] [consensus onder deskundigen]:
•    lokale, regionale en nationale epidemiologische gegevens raadplegen;
•    een meerdere of een lid van het antibioticabeheerteam om raad en advies vragen.

14.    Doe regelmatig mee aan opleidingscursussen en bijeenkomsten die ondersteuning bieden bij de uitvoering in het ziekenhuis van a) verstandig gebruik van antibiotica, b) evidence-based lokale antibioticarichtlijnen en c) infectiepreventie- en -bestrijdingsmaatregelen [52,53].